De Vuurtoren van Victor

Een ijzig verhaal over trouw, karakter en een waakvlammetje.

Je werkt jouw standaard programma af, doet je ding en komt zo nu en dan een oude bekende valkuil tegen: de neiging om onvermoeibaar door te gaan op karakter en te blijven bouwen voor anderen, zelfs als je zelf nauwelijks nog beschut bent tegen de storm.

In de serie Tijd voor Verhalen is dit de meest recente over Victor. Hij neemt je mee naar een vervlogen tijd en laat zien hoe iets dat ooit tegen je gezegd is ineens een andere betekenis kan krijgen wanneer de omstandigheden je dwingen om in beweging te komen. Het verhaal herinnert me aan “eerst jezelf, dan pas de omgeving” van mijn vliegreizen en ik herken het blijven doorgaan ondanks fysieke pijn, omdat loyaliteit prachtig is, maar ook gevaarlijk kan zijn als het je weghoudt van wat op dit moment werkelijk voor jou klopt.

Misschien maar eens – net als Victor – de tijd nemen om even rustig te zitten en te kijken naar wat er al is.

De Vuurtoren van Victor

Buiten raasde de oostenwind over het water, gierde over het eiland en deed de ijzeren toren fluiten. Met min 5°C en een windkracht 8 voelde het alsof de ijspegels direct je wangen in prikten. Helemaal nu er weer kruiend ijs werd voorspeld, was Victor op zijn hoede.

Het brullen van de wind bracht hem terug naar de winter toen hij begon. Victor had Jacob beloofd goed op zijn pareltje te passen en dat deed hij al ruim dertig jaar. Het Paard had al een tijd geen bezoekers meer gehad, maar het deed nog trouw dienst om de schepen te waarschuwen voor de grillen van de Zuiderzee.


Deze winter stelde Victor op de proef. Het kruiende ijs had de aanvoerlijnen afgesneden en de storm van vorige week had zijn voorraad gerantsoeneerd. Hij had nog maar voor een week olie om de toren operationeel te houden. “Als dat maar goed gaat”, bromde hij. De vuurtoren was het belangrijkste baken in de regio en Victor de enige die de boel draaiende hield.

De treden van de ijzeren wenteltrap werden met ieder jaar, met iedere stap zwaarder. Met ferme tred zwoegde Victor inmiddels halverwege. Hij stopte even om op adem te komen. Hij voelde de kou door zijn jas trekken, zijn knieën protesteerden en zijn vingers die uit zijn wanten staken waren blauw. Hij keek naar boven, naar de plicht die op hem wachtte, en toen naar beneden, naar de kleine, donkere kamer aan de voet van de toren.

Zijn oude schippersjas was op de schouders zo dun gesleten dat de wind er dwars doorheen sneed. In de kast beneden lag al een jaar een nieuwe jas en een warme muts, een cadeau van de walploeg. Maar iedere ochtend pakte hij uit gewoonte de oude jas en muts van de kapstok. “Deze doen toch nog dienst?”, mompelde hij dan tegen zichzelf.

Hij gunde het zichzelf simpelweg niet om de nieuwe te gebruiken zolang de oude nog niet letterlijk van zijn lijf viel — een loyaliteit aan het verleden die hem nu letterlijk liet rillen.

Kruiend ijs - Vuurtoren van Victor

Met een zucht hervatte hij de klim. Hij wist precies hoeveel stappen hij nog moest om de lantaarn bovenin weer tot leven te blazen. Het was een simpele handeling: klep open, olie bijvullen, met een voorzichtige vingerbeweging de lont — die door de trillingen van de toren altijd scheef ging zitten — rechtop zetten, aansteken en afsluiten. Pas dan begon het grote optiek te draaien en sneed het licht door de duisternis.

Halverwege de trap omlaag hield hij plotseling stil. De kou in zijn botten was niet langer te negeren. Hij dacht aan de nieuwe jas in de kast. Waarom liet hij die eigenlijk liggen?

De woorden van Jacob echoden in zijn hoofd: “Pas goed op dit pareltje”, had hij hem met een ferme klap op Victors brede schouders laten beloven. Jarenlang had Victor gedacht dat Jacob de vuurtoren bedoelde. Maar terwijl zijn adem in witte wolkjes voor zijn gezicht zweefde, besefte hij: de toren kon alleen schijnen als de wachter niet bevroor.


Terug in de kleine keuken pakte hij de zware gietijzeren pan. Geen snelle hap uit blik vandaag, maar een echte zelfgemaakte boerenkoolstamppot. Hij stampte de aardappels en de kool met overgave, voegde een flinke klont boter toe en maakte een diepe kuil voor de jus. Terwijl de geur van het warme eten de kamer vulde, voelde Victor de warmte terugkeren in zijn schouders, vingers en knieën. De kou was er nog steeds, toch voelde hij de weerstand ertegen toenemen. Hij dacht aan de olie bovenin de toren. Er was nog genoeg voor een week, maar voor het eerst in dertig jaar besloot hij dat hij pas de trap weer op zou gaan als hij zelf verzadigd was. Hij kon pas echt een baken zijn als hij eerst zijn eigen vuur voedde.

Hij zat daar, alleen, in de buik van Het Paard, genietend van iedere hap. Buiten mocht de wind dan gieren en het ijs kruien, maar binnen was Victor stil. Hij snapte dat Jacob met “dat pareltje” niet alleen de toren bedoelde, maar ook de man die de lamp bediende. Na het eten was de olie bijna op, toch brandde Victors eigen waakvlam weer fel. Hij trok zijn nieuwe — dik, winddicht en stevige — jas uit de kast, trok zijn nieuwe muts diep over zijn oren en met een warme buik, pakte hij de oliekannen op.

De ijzeren wenteltrap leek nog steeds hoog, maar de treden voelden minder zwaar.

Reflectie: De jas die in de kast blijft hangen

Victor laat ons zien hoe we soms vasthouden aan oude patronen, rollen of “jassen” omdat we vinden dat de oude nog wel dienst doen. In mijn praktijk als organisatiecoach zie ik dit vaak op het niveau van overtuigingen:

  • “Ik mag pas rusten als het werk af is.”
  • “Ik heb pas recht op iets nieuws als ik het oude heb opgebruikt.”
  • “Zorgen voor de organisatie gaat voor zorgen voor mezelf.”

Net als bij Katinka zit de échte verandering niet in de omgeving, maar in de verschuiving van binnenuit: de toestemming om te mogen ontvangen wat je nodig hebt.

En jij?

  • Welke ‘nieuwe jas’ heb jij al lang klaarliggen, maar gun je jezelf nog niet aan te trekken?
  • Welke overtuiging (“de oude doet nog wel dienst”) houdt jou tegen om de hulpbronnen te gebruiken die er al lang zijn?
  • Durf je, net als Victor, te erkennen dat het baken alleen kan schijnen als de wachter het warm heeft?

Het is tijd om de kast open te doen. Niet omdat het oude kapot is, maar omdat jij het nieuwe waard bent.